17-06-09

GELEZEN: STEMMEN EEN DOODZONDE?

Onderstaande tekst is zeker de moeite om eens te lezen. Conclusies moet je zelf maar trekken.

Stemmen een doodzonde?
door Stijn Calle

http://www.bitterlemon.eu/pages/post.aspx?ID=76e8c25e-f93...

Hoe zinvol is stemmen? Mijn vriend Erik van Goor zei onlangs, in verband met de op til zijnde Europese verkiezingen: “Stemmen is een zonde waar je vergeving voor ontvangt; iedereen zegt c.q. 'stemt' namelijk wel eens wat verkeerds. Partijvorming is een zwaardere zonde. Het is zaaien van verdeeldheid. En zeker in een democratie is partijvorming en verdeeldheid zaaien een doel in zichzelf. Hier is zelfs geen sprake van een noodzonde, zoals de noodleugen of het stelen van een brood bij hongersnood, maar van het verheffen van de zonde tot een hogere waarde.”

Filosofisch gesproken is hiertegen niets tegen in te brengen. Het systeem van indirecte (parlementaire democratie) of directe (volksraadpleging) verkiezingen is als systeem gebrekkig. Maar hierin ligt niet de kern van het probleem. Deze situeert zich niet in de formele wijze waarop de beslissingen worden genomen - naar Aristoteles - door één persoon [monarchie vs. tyrannie], door enkele personen [aristocratie vs. olicharchie] of door alle personen [constitutionalisme vs. democratie]). Of in de methode waarmee beslissingen worden genomen: directe verkiezingen, indirecte verkiezingen, erfopvolging, meerderheidstelsel, evenredigheidstelsel. Het situeert zich in de concrete inhoud van de genomen beslissingen. Zijn deze beslissingen ‘goed’ of ‘kwaad’, in de religieuze zin van het woord, of ‘voordelig’ of ‘nadelig’ wat betreft het algemeen welzijn in sociologische zin van het woord? In het eerste geval is de vorm van het beleidsysteem verschillend - ofwel een monarchie, ofwel een aristocratie, ofwel een constitutioneel regime – maar de inhoud steeds hetzelfde en op het algemeen welzijn georiënteerd. In het tweede geval is de vorm van het beleidssteem opnieuw verschillend - ofwel een tyrannie, ofwel een olicharchie, ofwel een democratie - maar is de inhoud ervan steeds op het particulier welzijn van deze of gene deelgroep georiënteerd.

Vandaag de dag wordt enkel nog over de vorm en de methodiek gesproken, maar niet meer over het inhoudelijke aspect van de besluitvorming. Zijn er grenzen aan wat de (grond)wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht mag beslissen? Ja die zijn er, en juist in dit aspect komt het godsdienstige aspect een rol spelen. De godsdienst spreekt zich, terecht, niet uit over vorm en methode en laat dit over aan de creativiteit van de mens. Maar zij spreekt haar wel uit over de inhoud. Deze moet compatibel zijn met de blijde boodschap die positief geformuleerd stelt: “Bovenal bemin één God en bemin de naaste als uzelf” en negatief geformuleerd samenvalt met de Tien Geboden.

Ook heerst vandaag de dag bij elke verkiezing de vooronderstelling dat de vorm en de methode ingekaderd binnen een veiligheidskader, de rechten van de mens genaamd. Deze worden universeel en absoluut genoemd door de kinderen van de Verlichting. Vroeger was het morele kader de Tien Geboden. De kerk pretendeert evenzeer dat deze universeel en absoluut zijn. Sedert enkele decennia hebben de rechten van de mens de Tien Geboden radicaal vervangen.

Maar ondanks overlappingen tussen beide zijn de verschillen groter en fundamenteler. Beide ethische stelsels bieden niet dezelfde veiligheidsgaranties voor het algemeen welzijn of voor de menselijke persoon. Dit komt essentieel aan bod in het standpunt m.b.t. het menselijk leven. Volgens de Tien Geboden is dit leven heilig, volgens de rechten van de mens niet. Het eerste sluit abortus en euthanasia uit als moord. Het andere ziet dit als het toppunt van individuele vrijheid. Terwijl binnen de Tien Geboden elke inbreuk altijd en overal absoluut ontoelaatbaar wordt bestempeld, zijn de rechten van de mens uiterst relatief. Het relatieve recht op leven staat daar ver boven bijvoorbeeld het recht op briefgeheim of privacy, indien deze in conflict zouden komen. De rechten van de mens zijn een historisch product van het Verlichtingsdenken, zodat dat vanaf de 15e tot de 18e eeuw in West-Europa is gegroeid. Daar is niets absoluut aan en niets universeel. Een gedetailleerde studie van het ontstaan en de ontwikkeling doorheen de laatste drie eeuwen van deze rechten zal dit aantonen.

Binnen dit theoretische kader moet er gekozen worden. Daarenboven zijn er een aantal praktische landmerken binnen dewelke deze keuze wordt geconcretiseerd, in België. Met name het feit dat we in een particratie leven. Een particratie is geen synoniem van democratie, maar het is bijna overal een dagdagelijkse feitelijkheid. Particratie komt erop neer dat binnen een systeem van parlementaire democratie de kracht van de individuele stem van de individuele kiezer wordt afgeleid van een individueel kandidaat parlementslid, maar gekanaliseerd wordt naar een collectief partijapparaat dat wordt gecontroleerd door twee, tot drie mensen. De kiezers stemmen formeel voor een kandidaat op de lijst, maar deze stemmen worden door het systeem gerecycleerd richting collectiviteit. De lijstsamenstelling, de opvolgersoplijsting worden door het partijapparaat bepaald. Zij stellen steevast partijslaafjes aan die voor hun ganse levensonderhoud, en dat van hun gezin, totaal afhankelijk zijn van de goodwill van de partijleiding. Deze handelen niet uit algemeen, maar uit min of meerdere mate van particulier of zelfs individueel belang. Honderden regeltjes scheppen een klimaat van volledige afhankelijk en onderschikking. Principiële kandidaten worden zo goed als nooit verkozen en dienen enkel om stemmen van naiëf kiesvee te recycleren.

Stemmen is dus geen kwestie van doodzonde of niet. Het geloof laat toe aan dit systeem deel te nemen als vorm of methode van besluitvorming. Het is namelijk een gevolg van de menselijke creativiteit en vrijheid om binnen de staat het zaakje te organiseren naar eigen inzicht en vermogen. Stemmen is echter wel een doodzonde wat de inhoud aangaat. Eenmaal uitgemaakt dat men kan deelnemen moet een katholiek op zoek gaan naar een kandidaat die belooft te handelen in overeenstemming met de eeuwige zedenwet. Als deze er niet zou zijn, dan kan men in de praktijk niet overgaan tot het uitoefenen van zijn stem. Daarenboven, in België is het stemmen op individuen een naïeve fictie. Particratie zorgt ervoor dat alles altijd en overal door één of twee partijleiders wordt bepaald. Dus moet een kiezer op zoek naar een partij wiens programma in overeenstemming is met de eeuwige zedenwet. Slechts als deze er is, kan men overgaan tot een praktische stem. In België zijn er meerdere partijen die hiervoor in aanmerking komen. Maar da’s zeker niet de laatste hindernis die een katholieke kiezer moet nemen. Hij moet verder ook zijn verstand gebruiken. Een symbolische stem is enkel verantwoord in het geval dat er geen enkele in aanmerking komende partij kans maakt op enige representatie. Dan kan men symbolisch stemmen, maar evengoed niet stemmen. Zijn er meerdere van dergelijke partijen die in aanmerking komen op enige representatie, dan is er een feitelijke keuze tussen deze partijen. Maar als er slechts één partij is die in aanmerking komt voor enige representatie en een andere partij die hiervoor niet in aanmerking komt, dan ik de keuze opnieuw vlug gemaakt. Een stem uitbrengen is slechts dan nuttig als deze nadien zich vertaalt in parlementaire vertegenwoordiging. Want op dat moment is het uitbrengen van een symbolische stem een daad van luxe en overdaad.

12:34 Gepost door Bert Deckers in Politiek | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.