22-04-09

Jongerencultuur anno 2009: Deel 1

Jongerencultuur anno 2009: Deel 1
vervolg op het voorgaande artikel

Hand in eigen boezem steken

Ik geef grif toe dat niemand van ons onschuldig is. Sommige woorden zijn al zo ingeburgerd dat het steeds moeilijker wordt ze te mijden. Maar tussen een gesprek en een openbare profilering ligt een wereld van verschil! En bijvoorbeeld een affiche (dit woord is zelf ontleend van een andere taal, zo zie je maar) van VBJ dient dan ook volledig van de eerste tot de laatste letter in het Nederlands te verschijnen, omdat VBJ strijdt voor het behoud van de Nederlandse taal. En dit besef zou een automatisme moeten zijn en zou niet aangeleerd moeten worden.

VBJ beweegt zich onder de jongeren, op plaatsen waar veel jongeren samenkomen. Het VBJ of een VBJ’er mag niet uitgaan van de instelling: “We hebben jongeren nodig voor VBJ. Jongeren gedragen zich volgens patroon A dus passen wij ons aan aan patroon A.” Het moet net omgekeerd zijn. VBJ’ers moeten op de jongeren afstappen met de boodschap: “Kijk, patroon A is niet het juiste patroon. Probeer eens patroon B.” Bepaal zelf de weg die de jongeren zouden moeten bewandelen en gedraag u dan ook consequent naar patroon B. Gebruik zelf steeds in de mate van het mogelijke perfect de Nederlandse taal daar waar iedereen uw gesprekken mee kan volgen. En hier doel ik onder andere op het gebruik van openbare media zoals het internet.

Vooral op Facebook valt het me op dat veel VBJ’ers zonder verpinken hun namen veranderen in Engelstalige slagzinnen. Als men dan naar de ‘vrienden’ gaat kijken van deze mensen stelt men vast dat er geen enkele buitenlandse contactpersoon tussenzit. Waarom dan die Engelstalige slagzin? Als wij als VBJ’ers, als Vlaams-nationalisten nog niet eens de fierheid hebben om onze eigen taal te promoten door ze niet te vermengen met andere talen, hoe kunnen wij dan onze boodschap nog langer geloofwaardig laten klinken? En wees niet getreurd, dit probleem duikt niet enkel op bij VBJ’ers. Ook menig Vlaams Belang-mandataris is in hetzelfde bedje ziek. Om maar een voorbeeld te geven, hoeveel van onze mandatarissen gebruiken niet het woord ‘kids’ als het over hun kinderen gaat? Ik kan mij daar enorm aan ergeren en daarin ben ik niet alleen.

In oktober 2008 organiseerde radiozender Klara een Taalweek. Tijdens deze week mochten de luisteraars dagelijks de, voor hun, meest ergerlijke woorden doorbellen. Het zal u misschien verbazen, maar de overgrote meerderheid van de bellers stoorde zich mateloos aan al deze zogenaamde ‘leenworden’. Woorden en termen als ‘kids’, ‘update’, ‘downloaden’, ‘housesitting’, ‘kiss and ride’, en ga zo maar door worden - tot groot genoegen van mezelf - door zeer velen verafschuwd. Ben ik nu een taalpurist? (taalpurisme: het streven naar een zuivere taal) Ik meen te zeggen van niet. Maar ik let zeker wel op de taal die ik in het openbaar gebruik. En anderstalige woorden horen daar zeker niet bij. En deze ingesteldheid zou elke VBJ’er moeten hebben.

Jongerencultuur:
wie bepaalt wat dit inhoudt?

Het argument dat de jongerencultuur nu eenmaal bol staat van anderstalige en ‘hippe’ uitdrukkingen en dat we ons daar toch wat moeten naar richten willen we leden werven, is een absurd argument. Zo kan men evengoed het partijstandpunt over drugs gaan afzwakken. Want in de ‘jongerencultuur’ zal ook het gebruik van drugs wel als zeer populair omschreven worden. Filip Dewinter schreef ooit in een blaadje van de VSAG (Vlaamse Scholieren Actiegroep, later overgegaan in het NJSV) het volgende: “In deze hernieuwde aanpak willen wij van de louter verdedigende houding af, zoals deze maar al te goed merkbaar was bij heel wat Vlaamse verenigingen en groeperingen. Voor­taan willen we aanvallen, zelf de richting bepalen waar we heen willen.” Deze instelling uit 1979 van Dewinter zou nog steeds de instelling moeten zijn waar wij van uit gaan! Niet de linkse en progressieve jongeren bepalen wat ‘jongerencultuur’ inhoudt, maar wel wij, rechtse Vlaams-nationalisten zullen de weg uittekenen die Vlaanderen - te beginnen bij de Vlaamse jeugd - moet bewandelen. Dát is de ingesteldheid die we moeten hebben!

Als je van het omgekeerde uitgaat dan kom je in het vaarwater terecht van iemand als een Hugo Claus die stelt dat hij absoluut tegen de puurheid is van de taal. Als het iets wezenlijks meebrengt, moet je anglicismen, germanismen en gallicismen meteen cultiveren volgens hem. “Ik geloof niet in het uitgedunde, dat men voorhoudt als het enige Nederlands, ik irriteer me aan de Nederlandse overheersing.”. Maar dan is je plaats zeker niet bij de Vlaams Belang Jongeren. Want wij zijn fier op die mooie en vooral rijke Nederlandse taal. En ja, zoals het in het citaat staat bij het begin van dit artikel, je moet proberen om zoveel mogelijk andere talen dan het Nederlands te kennen. Maar de uitvalsbasis moet je eigen moedertaal blijven en daar moeten we fier op zijn! Daar is niets mis mee. Anders gaat onze taal stilaan verloren en dan komen we aan bij het volgende prachtig citaat: “Sterven zonder nageslacht is al een dubbel sterven, maar een wereld achterlaten waarin je taal wordt uitgeroeid is het bitterste van alles.” Belcampo, Nederlands schrijver.

11:03 Gepost door Bert Deckers in Politiek | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

21-04-09

De Vlaams Belang Jongere als ambassadeur van de Nederlandse taal: Deel 2

Verengelsing als nieuwe dreiging

Waarom deze historische schets? Waarom uitwijden over de strijd tegen de verfransing? Wel, het antwoord is zeer simpel. Buiten de verfransing bestaat er evengoed zoiets als de ‘verengelsing’. Dit laatste is namelijk een kwaal die ons allen treft. Een kwaal die evengoed bij VBJ binnensluipt en daar moeten we ons vanzelfsprekend met alle middelen tegen verzetten!

Ieder zichzelf respecterende jonge Vlaams-nationalist is al wel eens mee gaan actie voeren met Voorpost of het Taal Aktie Komitee in de Rand rond Brussel. De stoere verhalen achteraf aan de toog worden steeds verteld in de overtreffende trap. Maar staan we er dan ook wel bij stil dat er dagelijks in bijna elk gesprek dat we voeren of opvangen een massa aan Engelstalige woorden verweven zit? Letten we zelf wel op het aantal Engelse woorden dat we gebruiken? Is dat wel zo normaal? Als VBJ’er moet er toch enig gevoel van schaamte naar boven komen bij deze vaststelling. Waarom? Omdat het Vlaams Belang een onderdeel is van de Vlaamse Beweging. Samen met de N-VA vormen wij zelfs de politieke spreekbuis van die Vlaamse Beweging. En als je dan uit het historisch overzicht dat ik eerder gaf afleidt dat de Vlaamse Beweging - mijn en uw ouders en grootouders dus - decennialang gevochten hebben voor het beschermen van de Nederlandse taal, dan zou er zeker een gevoel van schaamte moeten opwellen bij ieder van jullie.

De vernederlandsing van de Universiteit van Gent heb ik niet toevallig aangehaald tijdens het historisch overzicht. Vandaag de dag krijgen de Europese universiteiten namelijk een golf van verengelsing over zich heen. Deze Angelsaksische golf werd zelfs bekrachtigd tijdens de akkoorden die in Bologna anno 1999 werden getekend door de meeste Europese ministers van onderwijs. Door het Vlaams Parlement werden deze akkoorden in 2003 in een Vlaams decreet gegoten. Een nieuwe bedreiging voor het Nederlands als voertaal in de Vlaamse Universiteiten is tot stand gekomen. Het resultaat is dat minstens 20% van de lessen in het ‘Bachelorjaar’ in het Engels mogen gegeven worden. In het ‘Masterjaar’ kan dit oplopen tot maar liefst 100%! Niet verwonderlijk dat zowel het KVHV (Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond) als de NSV (Nationalistische Studentenvereniging) daar acties tegen gevoerd hebben. Uiteraard heeft onze eigen Vlaams Belangfractie in het Vlaams Parlement zich hier met alle middelen tegen verzet en wij zouden als VBJ’er zonder blikken of blozen het Engels laten binnensluipen in onze spreek- en schrijftaal?

09:34 Gepost door Bert Deckers in Politiek | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-04-09

De Vlaams Belang Jongere als ambassadeur van de Nederlandse taal: Deel 1

De Vlaams Belang Jongere als ambassadeur van de Nederlandse taal: Deel 1

Laat mij beginnen met twee citaten. “Wie geen vreemde talen kent, weet niets van zijn eigen taal.” en “Wie een taal spreekt die zijn moedertaal niet is, die wordt naar beneden gedrukt, onherroepelijk. Waarom hebben gekoloniseerde volkeren zoals negers, indianen, enz. de reputatie gekregen dat ze zo kinderlijk zijn? Omdat zij gedwongen waren tegen hun meesters talen te spreken die zij niet goed kenden.”. Deze twee citaten van respectievelijk Johann Wolfgang von Goethe en Willem Frederik Hermans (Nederlands schrijver) lijken het tegenovergestelde te zeggen, maar wie de citaten beter begrijpt ziet in waarom de bescherming van de eigen taal o zo belangrijk is.

Historische schets Vlaamse Taalstrijd

Reeds van voor de onafhankelijkheid van België werd de verfransing van onze regio’s als een bedreiging gezien. De opgelegde assimilatie in de door de Fransen bezette gebieden in de Nederlanden kende een succes bij de bovenlaag van de bevolking maar werd uiteraard niet op applaus onthaald bij de gewone bevolking. Daar werd vastgehouden aan de Vlaamse en zelfs Waalse dialecten. Koning Willem I probeerde deze situatie om te keren maar dit lukte maar gedeeltelijk. Jan-Frans Willems, en andere Vlaamse intellectuelen slaagden er echter wel in om onze moedertaal te bewaren. Uiteraard hoef ik hier het ontstaan van België niet te verklaren met de verdere verfransing van onze regio’s tot gevolg. Sindsdien heeft tot op heden de Vlaamse Beweging er voor gezorgd dat we terug meer en meer taalrechten verwierven.

De taalstrijd kende een eerste groot succes met de uitvaardiging van de Gelijkheidswet in 1898 waardoor het Nederlands werd erkend als officiële landstaal. Meteen daarop begon men vanuit het principe van het territorialiteitsbeginsel te ijveren voor de volledige vernederlandsing van de Vlaamse regio. De vernederlandsing van de Universiteit van Gent - opgericht door Willem I – zou er echter pas komen na de Eerste Wereldoorlog. Dat dit alles niet zonder slag of stoot gebeurde spreekt voor zich. Een radicale Wallingantische Beweging stak de kop op en dit voornamelijk in de Vlaamse (!) steden en in Brussel.

De Eerste en Tweede Wereldoorlog brachten telkens een lichtpunt van hoop met zich mee voor de Vlaamse Beweging doordat er een Flamenpolitiek werd gevoerd. Duitsland vernederlandste de Gentse universiteit en de Vlamingen kregen meer rechten. Door deze zogeheten collaboratie(s) kreeg de Vlaamse Beweging het telkens hard te verduren na beide oorlogen. De onmenselijke vervolging van Flamiganten tijdens de repressie tijdens 1940 - ’41 laten tot op heden hun sporen na.

Tijdens de jaren ’60 begon de Rand rond Brussel steeds meer en meer te verfransen en ook de strijd in de Voerstreek stak de kop op. Deze laatste strijd werd ‘gewonnen’ door de Vlamingen bij de gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober 2000 waar voor het eerst in lange tijd een Vlaamse burgemeester werd gekozen. Alvorens deze ‘strijd’ beslecht werd kwam men tot het vastleggen van de Taalgrens die officieel van kracht ging op 1 september 1963. Flor Grammens was een voorvechter in de strijd voor het vastleggen van de Taalgrens. Grammens werd bekend toen hij vanaf januari 1937 eigenhandig Franstalige overheidsmededelingen, zoals straatnaamborden, overschilderde. Zijn eerste actie betrof Edingen. Volgens de taalwet moesten alle overheidsberichten tweetalig zijn, maar in Edingen waren ze allemaal eentalig Frans.

Hij ageerde bij voorkeur in Vlaamse gemeenten aan de destijds niet officieel vastgestelde taalgrens (de huidige faciliteitengemeenten), die volgens de taalwetten tweetalige gemeenten waren. Eveneens slaagde hij er in uit het gemeentehuis van de Vlaamse gemeente Walshoutem - toen behorende tot de provincie Luik - eentalig Franstalige gemeenteraadsverslagen (wat tegen de taalwet was) als ‘bewijsstukken’ mee te smokkelen naar het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarna verplaatste de actie zich naar de Voerstreek, waar alle Franstalige wegwijzers en andere borden werden overschilderd. Na drie weken actie en verschillende interpellaties in het Parlement, beloofde de Minister van Binnenlandse Zaken De Schryver een onderzoek in te stellen naar de toepassing van de taalwet op de taalgrens. Grammens zou er zijn acties tijdelijk opschorten.

Bij de wettelijke vastlegging van de taalgrens werd meteen ook beslist dat de officiële tienjaarlijkse talentelling afgeschaft werd. Aan de hand van deze talentelling maakte men uit of een gemeente gelegen aan de grens van Wallonië met Vlaanderen tot ofwel Wallonië of Vlaanderen toebehoorde. Voeren was hier dus een belangrijk twistpunt aangezien de gemeente officieel tot de provincie Luik behoorde, maar waar de inwoners voornamelijk een Limburgs (dus Nederlandstalig) dialect praatten. Vele Walen hebben zich door de ligging van Voeren in deze gemeente gevestigd en daardoor was het aantal Vlamingen in Voeren teruggevallen tot minder dan 40% van de inwoners. Voeren werd bij Vlaanderen gevoegd en anderzijds is Vlaanderen onder andere Edingen en Komen kwijtgespeeld aan Wallonië.

De strijd in de Rand rond Brussel woedt nog in alle hevigheid. De terechte niet-benoeming van een drietal Franstalige burgemeesters in de Rand door Marino Keulen, omdat ze de taalwetgeving weigeren te respecteren, is het meeste frappante voorbeeld van de taalstrijd tijdens de laatste jaren.

16:58 Gepost door Bert Deckers in Politiek | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-03-09

CAMPAGNE TEGEN ILLEGALITEIT

Bekijk het eerste campagnefilmpje van Filip Dewinter voor de Vlaamse verkiezingen van 7 juni.

14:05 Gepost door Bert Deckers in Politiek | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-12-08

DE 'VOX POPULI' AAN HET WERK IN LIER

In Lier heeft dit weekend het volk mogen spreken. Directe democratie zoals dat heet.

Via een referendum mochten de inwoners van Lier kiezen voor of tegen de plannen voor de herinrichting van de Grote Markt. Resultaat? 55% tegen 45% voor. Plannen verworpen. Maar niet voor de 'democratische' partijen...

Enkele reacties van de beschermelingen van de democratie...

- De bevolking onderschat:
"Tot enkele dagen voor het referendum dacht zowat iedereen in de politiek dat niet eens tien procent van de bevolking zou komen opdagen. Het wettelijk minimum voor een referendum."

- De bevolking nogmaals onderschat en aanzien als ongeïnteresseerde burgers:
"Tot op het laatste ogenblik werd gedacht dat de inwoners zich weinig aantrokken van wat met de Grote Markt werd uitgevoerd. "..." Maar nu blijkt dat de Lierenaar het zich wel aantrekt en dat hij bovendien een duidelijk beeld heeft van wat hij wil."

- De burgemeester van Lier trekt zich niet veel aan van de 'vox populi':
Marleen Vanderpoorten (Open VLD): "Spijtig dat ons plan niet goedgekeurd is. Ik stond er helemaal achter. Polls wezen de laatste dagen uit dat de uitslag wel eens 40-60 procent zou kunnen zijn. Dan ben ik toch verheugd dat we nog 45 procent halen, dat bijna de helft van de bevolking er eveneens achterstond. "..." Maar waarom stemde de meerderheid neen? "..." We zullen alleszins zo snel mogelijk met z'n allen rond de tafel moeten gaan zitten en kijken of het plan mits wijzigingen toch kan doorgaan. Of de burger met zijn neen-stem het bestuur wou afstraffen? Natuurlijk niet, het ging over de Grote Markt."

Men legt zich dus niet zomaar neer bij de beslissing van de meerderheid van de stemmen. De burgemeester probeert er zelfs van onderuit te muizen door enkele 'wijzigingen' aan het plan aan te brengen en het dan toch te laten doorgaan...

Zo denkt de 'gevestigde waarde' in dit land over het begrip democratie!

12:01 Gepost door Bert Deckers in Politiek | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-10-08

OXFAM, EEN ORDINAIRE MULTINATIONAL

Gisteren was de laatste dag van de begrotingsbesprekingen van de provincie Antwerpen. Het werk zit er weer op en onze fractie heeft met maar liefst 21 tussenkomsten goed oppositiewerk geboden. Uiteraard op een constructieve manier. Uiteraard keurden we de begroting niet goed. Niet omdat dat traditie is, maar wel omdat we over heel wat zaken ontevreden zijn. Zelf hield ik een interpellatie over de samenwerking tussen de provincie en Oxfam. Ik plaats ze hier zodat iedereen ze eens rustig kan overlezen.

Tussenkomst Noord-Zuidbeleid

Geachte Voorzitter,
Geachte Gouverneur,
Dame en heren van de deputatie,
Geachte collega’s,

Jaarlijks voorziet de provincie Antwerpen een bedrag voor de ondersteuning van de Noord-Zuidwerking. Verenigingen die in dit kader een subsidie mogen ontvangen van onze provincie, hebben doorgaans tot doel om van onze wereld een betere plaats te maken voor iedereen. Betere leef- en werkomstandigheden overal ter wereld vormen voor deze verenigingen een motivatie om zich te engageren voor, en het oprichten van bepaalde projecten. Onze fractie heeft dan ook geen enkel probleem om de meeste van deze verenigingen te ondersteunen.

Als we de lijst van verenigingen die op een subsidie kunnen rekenen even overlopen, komen we echter uit bij de naam ‘Oxfam’. In het verleden werd door onze fractie al meermaals over deze organisatie tussengekomen. Vooral de opsplitsing van deze vereniging in Oxfam Fairtrade cvba en Oxfam Wereldwinkels vzw was onderwerp van discussie. Het feit dat een vzw moet zorgen voor de kapitaalsverhoging van een cvba en dit door een vermeerdering van haar aandelen in deze cvba deed ons de wenkbrauwen fronsen.

Maar goed, we waren niet alleen met onze bedenkingen want enkele medewerkers van Oxfam Wereldwinkels vzw hadden eveneens vragen bij de werking van Oxfam Fairtrade en vroegen om een externe audit.

Onder andere het laattijdig verhogen van de toelage van Oxfam Fairtrade die de geholpen boeren krijgen om op gelijke hoogte te kunnen komen met de minimumwinsten van andere boeren uit hun regio, was voor deze medewerkers een reden tot protest. Door deze nalatigheid verdienden de boeren immers na enkele jaren terug minder dan het minimum en dit terwijl ze verkochten met een fairtrade-label, wat hen het minimum inkomen moest waarborgen. Dat ze voor dit label fors moeten betalen laat ik dan nog buiten beschouwing.

Er kwam uiteindelijk een externe audit over heel de gang van zaken en sindsdien werkt Oxfam Fairtrade met een zeer transparant systeem van inkomsten en uitgaven. Alle cijfertjes zijn vandaag de dag terug te vinden op het wereldwijde internet. Dit biedt onze fractie dan ook de mogelijkheid om nu en dan enkele dingen uit te zoeken.

Ik ga hier geen minutenlang overzicht geven van alle uitgaven en inkomsten van Oxfam Fairtrade. Maar ik wil toch graag enkele opvallende zaken aankaarten.

Oxfam Fairtrade boekt jaarlijks een nettowinst van gemiddeld 370.000 euro wat niet slecht is voor een non-profit organisatie. Even tussendoor vermeld ik er wel eerlijkheidshalve bij dat zij het boekjaar 2007 afsloten met een nettoverlies van -300.000 euro en dit door een investering van 625.000 euro. Desondanks hebben zij nog steeds een positief netto bedrijfskapitaal van om en bij de 4.000.000 euro en blijft de solvabiliteit rond de 30%.
Als ik dan op zoek ga hoe deze jaarlijkse nettowinst geïnvesteerd werd en nog geïnvesteerd gaat worden in bijvoorbeeld Noord-Zuidprojecten die de arme bevolking ter plaatse vooruit helpen, dan blijf ik spijtig genoeg op mijn honger zitten. Al deze centen dienen immers voor eigen gebruik. De nieuwe gebouwen van Oxfam Fairtrade, het vernieuwde wagenpark, de dividenden van de aandeelhouders, een verbeterde website en zo meer werden van de winsten betaald.

Oxfam België gaat er namelijk van uit dat de centen voor ontwikkelingshulp aangewend worden via Oxfam-Solidariteit, een vzw die via het werven van fondsen bij bestuurlijke overheden en andere kanalen waaronder een keten van tweedehandswinkels, projecten organiseert in ontwikkelingslanden.

Deze vzw zit samen met Oxfam Wereldwinkels onder de koepel ‘Oxfam-in-België’, wat dan weer de link legt naar Oxfam Fairtrade want Oxfam Wereldwinkels is eigenaar van Oxfam Fairtrade, zo schrijven ze zelf op hun website. En dit klopt, want Oxfam Wereldwinkels is hoofdaandeelhouder van Oxfam Fairtrade.

Oxfam Wereldwinkels, samen met Oxfam-Magasins du monde kende in 2007 een omzet van 10.622.563 euro. Dit is gelijk aan 51,7% van de totale omzet van Oxfam Fairtrade in 2007. Oxfam Wereldwinkels en het daaraan verbonden Oxfam-Solidariteit krijgen daar, zoals ik lees in het jaarrapport van Oxfam Fairtrade, niets van terug op gebied van financiële steun die kan besteed worden aan onder andere ontwikkelingshulp.

Als een overheid zoals de provincie natuurlijk jaarlijks een subsidie blijft geven aan Oxfam-Solidariteit en dit samen met alle andere subsidieverstrekkers en schenkers, dan zal deze situatie niet snel veranderen. En onze fractie beseft wel dat een subsidie van om en bij de 5000 euro op jaarbasis peanuts is voor de provincie, maar dit is het evengoed voor Oxfam Fairtrade die een jaarlijkse nettowinst van 370.000 euro genereert. Onze vraag om deze subsidie uitgaande van onze provincie aan Oxfam af te schaffen lijkt me dan ook legitiem.

En nu we toch over Oxfam bezig zijn moet er mij toch nog iets van het hart.

Via het princiepakkoord om zoveel mogelijk eerlijke handel-producten aan te kopen voor de provinciale instellingen kwam de provincie enkele jaren geleden tot de aankoop van Oxfamproducten. Binnen de branche van fairtrade-producten bood dit ‘merk’ blijkbaar de beste offerte. Wat de koffie betreft gaat het echter wel om Douwe Egberts-koffie omdat die bemerkten dat het opkleven van een fairtrade-label op hun producten wel eens goed financieel zou kunnen opbrengen.

Over de waarde van het Fair Trade label in het algemeen ga ik niet verder uitwijden. Dat zou ons te ver leiden en wel eens pijnlijk kunnen worden voor de ‘goedgelovige wereldverbeteraars’.

Deputé Jos Geuens sprak in de voorstelling van zijn beleidsdomeinen over ‘doelstellingen’ en over het ‘niet vasthouden aan een gebetoneerde cyclus’.

Wat het principeakkoord omtrent het aankopen van fairtrade-producten aangaat kan ik dan ook het volgende voorstellen. Blijf niet langer hangen in de gebetoneerde cyclus van deze toch wel erg sentimentele aankopen bij een bedrijf, of zeg maar multinational, dat er in theorie mooi uitziet maar dat in de praktijk er op uit is zichzelf te verrijken en als het er écht op aankomt zelfs geen eurocent gunt aan projecten voor ontwikkelingshulp.

Wat de doelstellingen betreft waar deputé Geuens het over had, kan de provincie misschien eens een nieuwe doelstelling in overweging nemen. En nu citeer ik even de Gouverneur uit haar rede van 10 oktober laatsleden.

“ Mechelen, Klein-Brabant, de Kempen en Antwerpen, elk van deze regio’s zal ik zo vaak mogelijk bezoeken. Hun eigenheid en identiteit verdienen het om in onze heterogene provincie volop tot hun recht te komen. (...) Samen sterk, met respect voor ieders eigenheid én oog voor het gemeenschappelijk Antwerps belang naar buiten uit...zullen Antwerpen sterker maken dan ooit.”

Vorig jaar werd tijdens de begroting nog betoogd: “De provincie is zoals God. Ze is overal maar je ziet ze niet overal.” Wel, beste collega’s, de provincie kàn, via een nieuwe doelstelling en met respect voor de verschillende Antwerpse identiteiten, zichzelf zichtbaar maken en dit door het principe om fairtrade-producten aan te kopen te veranderen in het principe om streekproducten uit de provincie Antwerpen aan te kopen.

Onze fractievoorzitter Raf Liedts haalde reeds het succes van Prominant aan. Ook het door hem besproken Bollekesfeest in de stad Antwerpen, via de vzw Antwerpse Streekproducten, bleek een groot succes. Al deze handelaren uit de provincie Antwerpen zouden extra in de kijker kunnen gezet worden wanneer de provincie in haar gebouwen producten zou aanbieden en serveren van deze handelaren.

Het diner dat morgen ter ere van ons noeste werk wordt aangeboden zou dan vanaf volgend jaar een volledig Antwerps etentje kunnen zijn. Ik verwijs hier graag even naar de Duitse Bondskanselier die er op staat dat, wanneer er een buitenlandse of hooggeplaatste gast met hem mee aan tafel schuift, alle producten die gegeten worden uit de Duitse staat afkomstig zijn, om zo zijn land ten volle te promoten. Ook op culinair vlak. Het is uiteraard maar een suggestie.

Ik dank u.

09:37 Gepost door Bert Deckers in Politiek | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

02-10-08

ANTI-BLANK RACISME

Vandaag plaats ik hier een tekst van een goede vriend van mij uit een ver verleden (voor zover dat kan op mijn jeugdige leeftijd). Tom Vandendriessche schreef deze tekst voor het zomernummer van Ons Verbond van het KVHV (Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond) afdeling Gent. Hij beschrijft de politieke evolutie van Zuid-Afrika van het onstaan van deze natie tot de blank-vijandelijke sfeer die er momenteel heerst. Het is de moeite waard om dit artikel eens te lezen. De geschiedenis van Zuid-Afrika wordt steeds vanuit politiek-correct oogpunt de wereld ingestuurd. Hieronder volgt de keerzijde van de medaille en de waarheid over het apartheidsregime. (Tip: http://gent.kvhv.org/)

ANTI-BLANK RACISME Tom Vandendriessche, licentiaat Politieke Wetenschappen UGent


HISTORIEK

De Nederlanders zetten voet op de Kaap in de 17de eeuw. Buiten zeer beperkte aantallen Bosjesmannen of Khoisan troffen ze geen in-heemse stammen aan. Deze Khoisan waren nomadische jagers-verzamelaars. Voor de aankomst der Europeanen migreerden verschillende Bantoe-volkeren (Zulu, Xho-sa, Ndebele, Swazi, Sotho) in de periode 1000-1500 AD reeds naar het noorden van Suid-Afrika en de kustgebieden aan de Indische oceaan. Dit waren net zoals de Europeanen sedentaire volkeren. De Nederlanders trokken in de 19de eeuw uit onmin met de Britten landinwaarts (de „Groote Trek‟) en stootten op de Bantoe-volkeren, die onderworpen of verdreven werden, zoals deze Bantoe-volkeren zelf met de Khoisan gedaan hadden. Nil nove sub sole, zo loopt de stroom der volkeren. Het Boerevolk legde zich toe op de agrarische nijverheid, terwijl de Britten eerder handel bedreven. Nadat goud en diamant ontdekt werden in de onafhankelijke Boerenrepublieken, voerden de Britten twee oorlogen om dit gebied in te lijven. Tenslotte werd met de Unie van Suid-Afrika in 1910 een onafhankelijke staat opgericht.

DEMOGRAFIE

De bevolkingstelling van 1904 leert ons dat de bevolking op een totaal van 5,1 miljoen inwoners bestond uit 65% negers, 25% blanken, 8% Aziaten en 2% mensen van gemengde afkomst. De bevolkingssamenstelling anno 2007 bestaat op een totaal van 48 miljoen inwoners (exclusief naar schatting 3-4 miljoen illegale zwarten) uit 80% negers, 9% blanken, 9% mensen van gemengde afkomst en 2% Aziaten. In absolute cijfers heeft de zwarte bevolking zich vermenigvuldigd met een factor 11, de blanke met een factor 4, de gemengde afkomst met een factor 10 en de Aziaten met een factor 8. Deze demografische transitie is voornamelijk te wijten aan hogere geboortecijfers en aan immigratie.

EUROPESE HEGEMONIE

Suid-Afrika werd natuurlijk gesticht als natie onder Europese hegemonie. De Europeanen hadden het land gecultiveerd, geciviliseerd en opgericht tout court. Maar ook de demografie kon dit legitimeren. Ten eerste maakten blanken een kwart uit van de bevolking, ten tweede was er een multi-etnische samenstelling en ten derde bestonden de zwarten uit een diversiteit aan stammen, geen eenheid. Dit laatste kan natuurlijk ook gezegd worden over de Europeanen die grosso modo uit de Afrikaanstalige Boeren en de Engelstalige Angelsaksen bestond. Door de grotere context (British Commonwealth), de minderheidspositie, de convergentie tussen beide etnisch-culturele afkomsten, de gezamenlijke hegemonie en de gemeenschappelijke belangen tout court, wordt dit onderscheid echter geminimaliseerd, wat bij de zwarten niet het geval was.

Toch kregen ook de zwarten hun plaats in Suid-Afrika. Al in 1913 verscheen de Naturellegrondwet of Natives land act, die 7% van het grondgebied toewees aan de zwarte bevolking. Zoals uit de voorgaande beknopte demografische langetermijnevolutie blijkt, kreeg Suid-Afrika te maken met een grote immigratie en dus een verdere demografische minorisering van de Europeanen. Dit plaatste de Europese hegemonie nog meer onder druk, waardoor bij de verkiezingen van 1948 de Nasionale Party van Malan opkwam met een programma van Apartheid en gescheiden ontwikkeling. Dit was niets anders dan een poging om de druk op de Europese hegemonie te verminderen: door gescheiden ontwikkeling een grotere plaats geven aan de andere bevolkingsgroepen in Suid-Afrika om zich te ont-plooien en zo de Europese hegemonie over het ganse territorium behouden. Dit beleid kreeg de volgende decennia, niet toevallig simultaan met een steeds grotere immigratie en minorisering van de Europeanen, steeds meer vorm met de radicale Thuislandenpolitiek.

Al in 1951 werd met de Bantu Authorities Act 13% van het territorium toegewezen aan de Bantoes. De rest van het land behoorde aan de Europeanen. De Bantu Self-Government Act uit 1959 wou een gescheiden ontwikkeling bewerkstelligen door de thuislanden een zeer belangrijke mate van zelfbestuur te gunnen. In 1970 werd dit proces voltooid met de wet op Burgerskap van Bantoethuislanden waardoor elke zwarte niet langer staatsburger van Suid-Afrika was, maar wel van één van de thuislanden. Transkei werd onafhankelijk in 1970, Bophuthatswana in 1977, Venda in 1979, Ciskei in 1981. Gazankulu, Kangwane, Kwandebele, Kwazulu, Lebowa en Qwaqwa kregen zelfbestuur. Dit zorgde ervoor dat zwarten zelfbestuur tot totale onafhankelijkheid verkregen en niet langer burger waren van Suid-Afrika. Dit veranderde Suid-Afrika in een lappendeken aan onafhankelijke en semi-onafhankelijke staten.

Veel belangrijker is het motief hierachter: het herbevestigen van de Europese hegemonie in Suid-Afrika. Of zoals minister Connie Mulder het in de Kamer van volksvertegenwoordigers uitdrukte op 7 februari 1978: “If our policy is taken to its logical conclusion as far as the black people are concerned, there will be not one black man with South-African citizenship (…) and there will no longer be an obligation on this parliament to accomodate these people politically.” Uiteindelijk leefde 55% van de Suid-Afrikaanse bevolking op het territorium van de thuislanden. Omdat de Suid-Afrikaanse (blanke) economie grote aantallen (zwarte) werkkrachten nodig had, bleven aanzienlijke aantallen zwarten buiten de thuislanden leven in de townships rond de industriegebieden. Een tikkende tijdbom zoals later zou blijken.

EINDE VAN DE APARTHEID

Congruent met de thuislandenpolitiek ontstond ook bij de Europese bevolking - en bij de Afrikaners in het bijzonder - van-af de jaren 1970 de idee van een thuisland voor de Europeanen, de zogenaamde Boerestaat. Het grotere beeld van Suid-Afrika zou dan bestaan uit een federale of confederale statenbond van onderscheiden socio-cultureel-etnische gemeenschappen die naast elkaar, maar samen met elkaar leefden. Gedurende gans de jaren 1980 tot het einde van de apartheid en van de Europese hegemonie in 1994 was deze Boerestaat-gedachte en niet de apartheid de werkelijke inzet van het debat over de toekomst van Suid-Afrika. Afrika is, net zoals Latijns- en Zuid-Amerika, gedurende de ganse Koude Oorlog een strijdtoneel geweest tussen het vrije Westen en het communistisch Oostblok. Zo ook in het geostrategisch bijzonder belangrijk Suid-Afrika, waar het Westerse apartheidsregime tegenover het marxistisch ANC stond. Met de implosie van het communisme in de jaren 1989-1991 viel het marxistisch gevaar weg en was het lot van het apartheidsregime bezegeld. In een demografische context waar Europeanen totaal geminoriseerd waren, was ook hun politiek lot bezegeld. Er kwam geen Boerestaat noch enige andere regeling voor de Europese minderheid en de thuislanden werden afgeschaft. Suid-Afrika werd hersticht als multi-etnische, multi-culturele eenheidsstaat onder … zwarte Bantoe-hegemonie. Het ANC bestuurt het land sinds 1994 met een absolute meerderheid.

14 JAAR ANC

Hoewel er videobeelden bestaan van Nelson Mandela van net na zijn vrijlating in 1992 waarop hij liederen zingt die oproepen tot het uitmoorden van blanken (“Kill the Boer”), moet het gezegd worden dat de man verdienstelijke pogingen deed tot verzoening tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Hij is echter net 90 jaar geworden en kan buiten een moreel gewicht nog maar weinig in de schaal leggen.

Niettegenstaande de massale internationale steun is de balans na 14 jaar zwart bestuur ronduit negatief, niet in het minst voor de Europeanen, maar ook voor de zwarten. Een korte bloemlezing: om iets te doen aan de sociaal-economische deprivatie van de zwarte bevolking werd een systeem van positieve discriminatie ingesteld waardoor zowel de overheid als de private sector verplicht werden zwarten tewerk te stellen. Dit gold niet enkel bij nieuwe aanwervingen, maar ook voor bestaande werknemers. Zo werden blanken ontslagen en vervangen door zwarten. Door onder andere de lagere scholing van zwarten kwamen dezen terecht op functies waar ze niet voor geschikt waren. Dit leidde tot ronduit hallucinante taferelen. Zo werden blanke mijningenieurs ontslagen en vervangen door zwarten zonder ingenieursdiploma, die in sommige gevallen zelfs analfabeet waren. De economische gevolgen laten zich natuurlijk voelen, terwijl ook de elektriciteit met de regelmaat van de klok uitvalt in grote steden zoals Kaapstad. De ambtenarij, en vooral het leger, de politie en de rechterlijke macht werden haast volledig gezuiverd van blanken, zeker in kader- en topfuncties. Na decennialange politieke en militaire strijd vonden ook veel ANC‟ers dat het tijd was om de beloning in ontvangst te nemen. Een wild om-zich-heen-grijpende corruptie en nepotisme maakte zich meester van het land. De economische discriminatie der blanken heeft twee gevolgen: 25% der blanken of één miljoen mensen, voornamelijk uit de leeftijdscategorie 20-40 jaar (jonge gezinnen dus) zijn sinds 1995 het land ontvlucht. Diegenen die bleven, verhuisden voornamelijk naar de Noordkaap, een dunbevolkt semi-woestijngebied. De inkomensongelijkheid tussen blank en zwart werd er enkel maar groter door: zonder werk waren de blanken namelijk verplicht ofwel te emigreren ofwel een eigen zaak te beginnen. Wat ze ook met veel succes deden. In 1995 verdiende het gemiddeld blank gezin viermaal zoveel als het gemiddeld zwart gezin. In 2000 was dat al gemiddeld zes maal zoveel. Op de Human Development Index scoort Suid-Afrika op de 95ste plaats in 1995. Merk op dat mocht zwart-Suid-Afrika apart in de index geplaatst worden in 1995, men toen zou uitgekomen zijn op de 128ste plaats. Gans Suid-Afrika is heden al afgegleden tot de 121ste plaats …

Maar ook cultureel werd het verleden uitgewist. De ANC-regering begon met een culturele strijd tegen het Afrikaans, wat gezien werd als de taal van de apartapartheid: steden veranderden van naam, het onderwijzen van de taal werd niet meer gesubsidieerd, Afrikanermonumenten werden niet langer onderhouden enzovoort. Het ANC had de bouw van honderddui-zenden huizen beloofd om de zwarten in de townships een beter onderkomen te geven, maar daar kwam niet veel van in huis. Meer zelfs, tijdens de apartheid werden kwantitatief méér en kwalitatief betere huizen gebouwd voor de zwarten. De desintegratie van Suid-Afrika is in het bijzonder te merken aan de explosief gestegen criminaliteit. We vergelijken enkele cijfers met een willekeurig land: Hongarije. Suid-Afrika telt jaarlijks 59 moorden per 100.000 inwoners (of 25.000 moorden per jaar in totaal). In Hongarije is dit 4 moorden op 100.000 inwoners. In Suid-Afrika vinden jaarlijks 208 diefstallen en overvallen per 100.000 inwoners plaats, tegenover 30 in Hongarije. Inzake moord en overvallen staat Suid-Afrika wereldwijd op de tweede plaats, terwijl het land tevens wereldkampioen in het aantal verkrachtingen is met 119,5 verkrachtingen op 100.000 inwoners, wat in Hongarije slechts 5,8 per 100.000 inwoners is. Maar liefst 20% (!) der mensen tussen 15 en 49 jaar is HIV-besmet. (blanke) Wetenschappers die in de jaren ‟90 waarschuwden voor een aidsepidemie onder zwarten werden als „racisten‟ gestigmatiseerd. AIDS was volgens het ANC immers een ziekte veroorzaakt door armoede, niet door seksuele daden. De parallellen met Zimbabwe zijn onvoorstel-baar treffend. Zo worden blanke boeren net als in Zimbabwe van hun land verjaagd, als ze er al heelhuids vanaf komen. Van de 80.000 boeren zijn er nog slechts 30.000 over. 1.360 (blanke) Boeren werden door (zwarte) overvallers afgemaakt op hun boerderij, de zogeheten „plaasmoorde‟. Dit hallucinant cijfer deed Interpol laconiek besluiten dat de boerenstiel in Suid-Afrika het gevaarlijkste beroep ter wereld is. De overheid treedt niet op, waardoor de boeren burgerwachten op-zetten. Hierop perkte de overheid het wapenbezit in. Kwestie van de boeren helemaal onverdedigd te laten? En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan …

REGENBOOGMYTHE

De officiële, politiek-correcte versie van de recente Suid-Afrikaanse geschiedenis is er één van een (blank) racistisch en onrechtvaardig regime dat bestreden werd door (zwarte) vreedzame, verdraagzame en democratische vrijheidsstrijders. De Apartheid werd in 1995 afgeschaft door vrije verkiezingen en de oprichting van een multiculturele regenboognatie waar elkeen, ongeacht huidskleur, geloofsovertuiging of ander onderscheid zijn plaats in had. En ze leefden nog lang en gelukkig en dansten hand in hand zingend rond de wereldbol. Sprookjes eindigen zo om het slapengaan niet te verstoren. Het echte verhaal van het nieuwe Suid-Afrika is er echter een van corruptie, misdaad, moord, verkrachting, (anti-blank) racisme, AIDS, werkloosheid en armoede, wat meer en meer tot een nachtmerrie voor zijn inwoners leidt. Van het welvarendste land in Afrika evolueerde het land naar iets wat we niet anders dan als een geürbaniseerde jungle kunnen omschrijven. De blanke bevolking vlucht massaal weg: naar streken in Suid-Afrika die haast onbewoond zijn aan de Westkaap, naar het buitenland en naar zogenaamde gated communities: ommuurde wijken waar men door private beveiliging beschermd wordt. Mad Max wordt werkelijkheid?

Tibet, de Indianen, de allochtone gemeenschappen in Europese landen, … geen minderheid of de „internationale gemeenschap‟ ijvert voor haar rechten. Waarom sluit ze echter haar ogen voor het anti-blank racistisch beleid in Zimbabwe en Suid-Afrika dat het falen van de overheid verhaalt op haat jegens een etnische minderheid? Is een blanke gediscrimineerde minder waard dan een zwarte gediscrimineerde? Ondertussen blijft de zwarte massa-immigratie voortduren, mede door de instabiliteit in Zimbabwe.

In mei 2008 werd ook de laatste Suid-Afrikaanse mythe doorprikt toen ons afgrijselijke beelden bereikten van rassenrellen … tussen zwarten onderling. Immigranten uit voornamelijk Zimbabwe, Mozambique en Congo werden letterlijk gelyncht door autochtone zwarte bendes die de hoge werkloosheid verhaalden op de immigranten.

Migratie is natuurlijk van alle tijden, maar mensen zijn geen cijfers, machines of louter de productiefactor arbeid. Zij zijn daarentegen wel sociaal-culturele en specifieke wezens. Migratie kent een kwalitatieve - hoe dicht staat men etnisch-cultureel bij de ontvangende gemeenschap - en kwantitatieve parameter - hoe omvangrijk is de immigratie. Hoe kwalitatief gelijkender, hoe grotere groepen men kan ontvangen; mutatis mutandis, hoe kleinere groepen. Versterkende factoren zoals sociaal-economische deprivatie, religieuze onderscheiden enzovoort kunnen gewelddadige botsingen uitlokken.

De Suid-Afrikaanse casus leert ons dat onderscheiden volks- en cultuurgemeenschappen best in etnisch-cultureel zo homogeen mogelijke entiteiten leven. Zowel de Apartheid als de Regenboognatie tonen finaal de correctheid van deze vaststelling aan. Laten we alvast dit in het achterhoofd houden als we de demografische transitie van Europa (verouderende inkrimpende bevolking) met deze van de rest van de wereld (verjongende expanderende bevolking) in relatie brengen.

11:32 Gepost door Bert Deckers in Politiek | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |